Een wielerseizoen staat of valt in de
voorbereiding. Waar men vroeger gedurende verschillende maanden de fiets aan de
spreekwoordelijke haak hing en ettelijke kilo's bijkwam, is men er de laatste
jaren meer en meer van overtuigd geraakt dat tijdens de winterperiode de basis
gelegd wordt voor het komend wielerseizoen.
Hoe vat men best deze trainingsperiode op? Zijn mountainbike, veldrijden, lopen,
krachttraining, circuittraining . . . aangewezen ?
De rustperiode
Eens de laatste wedstrijd erop zit (oktober), doet men er best aan een kleine
maand recuperatie of rust te nemen. Dit wil niet noodzakelijkerwijze zeggen
volledig platte rust en/of eten en drinken à volonté, maar wel enkele zeer
rustige trainingen (wanneer men er zin in heeft en gelijk welke sport). Enkele
feesten en/of supportersvieringen kunnen wel in deze periode.
Deze periode (tot half november) is absoluut noodzakelijk om het lichaam
volledig te laten recupereren van de inspanningen tijdens het voorbije seizoen.
Slaat men deze fase over en traint men onmiddellijk te intensief, dan riskeert
men later de weerslag in de vorm van oververmoeidheid of overtraining.
Een maandje (relatieve) rust tussen twee seizoenen in, is dus zeker geen
overbodige luxe.
Algemeen uithoudingsvermogen
Vanaf half november komen we dan in het tweede deel van de voorbereiding
op het komend
wielerseizoen. In deze periode moet voornamelijk de nadruk gelegd worden op
training van het algemeen uithoudingsvermogen. Lopen, zwemmen, veldrijden,
mountainbike, circuittraining ... komen hiervoor zeker in aanmerking.
Erg belangrijk is echter dat men, welk soort training men in deze periode ook
doet, er moet op letten dat men uithoudingstraining blijft doen. Uithouding
train je aan een intensiteit die je minstens 45 minuten kan volhouden. Dus
liefst geen korte maximale inspanningen van een paar minuten, maar wel continue
inspanningen gedurende minimaal 45 minuten. In deze periode doe je dit soort
training minimaal 3 keer per week.
Als looptraining volstaat dus een rustige duurloop van 45 minuten. Wil je persé
een circuittraining doen, dan kan dit maar dan wel in lange series aan een
constant tempo.
Mountainbike kan ook gerust maar dan liefst niet op een erg heuvelachtig
parcours waar je korte maximale inspanningen (bergop) afwisselt met relatieve
rust (bergaf). Op die manier train je immers weerstand in plaats van uithouding
en daarvoor is het op dit ogenblik van de voorbereiding nog veel te vroeg.
Deze periode waarin het algemeen uithoudingsvermogen getraind wordt, kan lopen
tot eind december.
Specifieke voorbereiding
Vanaf begin januari kan dan de specifieke voorbereiding op het nakend
wielerseizoen beginnen. Vanaf nu zullen quasi alle trainingen op de fiets
gebeuren. Eén van de trainingsprincipes is immers de trainingsspecificiteit. Om
een optimale trainingsprikkel te krijgen, dient men sportspecifiek te trainen.
Voor een wielrenner dus de fiets.
Vooraleer een voorbeeld van trainingsschema te geven, overlopen we eerst even de
verschillende soorten training die een wielrenner kan doen. Training kan en moet
immers in verschillende soorten training onderverdeeld worden:
1. Duurtraining of uithoudingstraining of aërobe
training
Een stevige basisuithouding is onontbeerlijk vooraleer in functie van de
wedstrijden aan weerstand- of snelheidstraining te beginnen. Duurtraining kan
onderverdeeld worden in:
a.
tempotraining
Hierbij doe je bepaalde afstanden (5 tot 10 km) aan een tempo dat precies op je
uithoudingsgrens ligt. Tussen de verschillende snelle stukken las je b.v. 3
minuten recuperatie (losrijden) in. Houd deze pauzes zo kort mogelijk omdat
anders de kans bestaat dat je weerstand traint in plaats van uithouding. Doe zo
4 à 5 herhalingen en probeer stelselmatig het aantal herhalingen op te drijven
en/of de recuperatietijden te verminderen, terwijl je tempo hetzelfde blijft.
b.
intensieve duurtraining
Na een goede opwarming, in 45 minuten een zo groot mogelijke afstand afleggen
aan een constant tempo (geen versnellingen of demarrages). De training doe je
best op een vlak parcours en op een tamelijk groot verzet. Na de training fiets
je nog minstens een half uurtje los op een klein verzet.
Doe deze training maximaal 1 keer per week en tijdens de wedstrijdperiode best 5
dagen voor de wedstrijd.
c.
extensieve duurtraining
2 à 3 uur rijden aan een tempo waarbij je nog rustig kan praten. Deze training
kan je verschillende keren per week doen. Kies een verzet tussen dat van je
lange duurtraining en dat van je intensieve duurtraining. Trap zeker niet te
groot. Deze training kan gecombineerd worden met snelheidstraining (zie verder).
d.
lange duurtraining
Tijdens deze training doe je iets meer kilometers dan je wedstrijden duren. Ook
deze training kan gecombineerd worden met snelheidstraining en gebeurt op een
klein verzet (in souplesse).
In de maand januari is deze training aanvankelijk een 60-tal kilometers. Je
drijft dan wekelijks het kilometeraantal op met een 10 % tot je 10 à 20 km meer
doet dan je wedstrijdafstand.
e.
recuperatietraining
Dit soort training doe je best de dag na een intensieve duurtraining,
weerstandstraining of wedstrijd. Hierbij rijd je zeer ontspannen op een zeer
klein verzet.
De intensiteit waarbij de uithoudingstrainingen best gebeuren zijn individueel verschillend en kunnen bepaald worden aan de hand van een inspanningstest op de fietsergometer (in het labo) met spirometrie (zuurstofbepaling) en/of melkzuurbepaling. Dan kunnen je hartfrequentie waarbij je best je uithoudingstrainingen doet, berekend worden en kan je veel gerichter gaan trainen.
2. Weerstandstraining of anaërobe
training (met opstapeling van melkzuur)
Hierbij fietst men gedurende 45 à 60 seconden aan maximale snelheid. Na deze
inspanning wordt ongeveer 5 minuten actief gerecupereerd (losrijden) waarna
opnieuw een maximale inspanning van 45 - 60 seconden wordt geleverd. Zo kan men
een aantal herhalingen doen tot het ogenblik waarop je voelt dat je snelheid
tijdens de maximale inspanning vermindert. Geleidelijk kan je het aantal
herhalingen opdrijven.
Voor wielrenners worden meestal volgende weerstandstrainingen aangeraden
a. parcours van ± 4 km met heuvel die 45 à 60 seconden duurt. Elke ronde de heuvel tegen maximale snelheid opfietsen en de rest van parcours actief recupereren.
b. achter motor rijden tegen rustig tempo. De motor laten wegrijden en dan op maximale snelheid "gat" dichtrijden. Zorg ervoor dat het ± 45 seconden à 1 minuut duurt vooraleer je bij de motor bent. Dit om de vijf minuten herhalen.
3. Snelheidstraining: of Anaërobe
atactische training (zonder melkzuur)
Dit soort training kan je best combineren met je extensieve duurtraining.
Snelheidstraining bestaat erin 6 à 8 seconden maximaal te spurten en dan weer
rustig verder te rijden aan het tempo van je duurtraining.
Om de 5 minuten mag zo'n maximale inspanning (die dus zeker niet langer dan 8
seconden duurt) gedaan worden.
Na een 5-tal maximale sprints doe je er best aan 15 minuten te fietsen zonder
tussensprints waarna je weer aan een serie van 5 met 5 minuten tussenpauze kan
beginnen.
Dus:
|
Spurt |
5'recup |
Spurt |
5'recup |
Spurt |
5'recup |
Spurt |
5'recup |
Spurt |
15'recup |
|
Spurt |
5'recup |
Spurt |
5'recup |
Spurt |
5'recup |
Spurt |
5'recup |
Spurt |
15'recup |
De laatste maanden
Hoe gaat men nu in de maanden januari - februari best te werk? Best deel
je deze periode in 2 delen in.
a) de maand januari
Gedurende 3 weken ga je nog voornamelijk de nadruk leggen op uithouding. Een
weekschema in deze periode kan er bijvoorbeeld als volgt uitzien
|
maandag: |
rust |
|
dinsdag : |
intensieve duurtraining |
|
woensdag: |
recuperatietraining + snelheid |
|
donderdag: |
extensieve duurtraining |
|
Vrijdag: |
lange duurtraining + snelheid |
|
zaterdag: |
extensieve duurtraining |
|
zondag: |
lange duurtraining |
Week 4 wordt dan best een relatieve rustweek
waarin bijvoorbeeld nog 1 maal intensief, 1 maal
extensief en 1 maal lang getraind wordt.
b) februari
Hierbij wordt al één keer per week een tempotraining ingeschakeld. Een
weekschema ziet er dan b.v. als volgt uit
|
maandag: |
rust |
|
dinsdag: |
lange duurtraining + snelheid |
|
woensdag: |
tempotraining |
|
donderdag: |
recuperatietraining + snelheid |
|
vrijdag: |
extensieve duurtraining |
|
zaterdag: |
lange duurtraining |
|
zondag: |
intensieve duurtraining |
Opnieuw wordt dit schema 3 weken aangehouden
waarna dan weer een relatieve rustweek volgt om met volgeladen batterijen aan de
eerste wedstrijd van het seizoen te kunnen beginnen.
Merk op dat tot nu toe nog geen enkele weerstandstraining gepland is. Het
allerbelangrijkste in deze voorbereidingsperiode is immers uithouding. Enkel
voor de renners die begin maart willen schitteren moet in februari al wat
weerstandstraining ingeschakeld worden. Dit gaat echter vaak ten koste van de
uithouding zodat vaak na een korte periode van 'grote vorm' deze renners een
weerslag krijgen en gedurende maanden minder presteren. Voorbeelden aanhalen
hoeft zeker niet.
Neen, na onze voorbereidingsfase waar enkel en alleen uithouding getraind wordt,
zal automatisch wat weerstand getraind worden in de eerste wedstrijden van
maart. Als men naar een bepaalde wedstrijd of periode wil pieken, kan men de
laatste 3 - 4 weken vóór deze periode enkele weerstandstrainingen inschakelen.
Om een degelijke uithouding op te bouwen dient men immers maanden te trainen, om
het weerstandsvermogen op peil te krijgen volstaan enkele weken. Weerstand
trainen zonder voldoende uithoudingsbasis is zoals een huis bouwen zonder
funderingen. Het staat snel recht, maar ligt er ook snel. Spijtig genoeg wordt
nog te vaak tegen deze algemene trainingsprincipes gezondigd.
Vuistregels
Nog enkele vuistregels om je trainingsschema te plannen