Wie de draad weer wil oppakken na een rustige periode, zoals bijvoorbeeld een
vakantie, kan met onderstaand schema in zes weken klaar zijn om een aantal goede
vijf kilometers te lopen. In de aanloop naar het trainingsprogramma moet u
echter eerst weer rustig op gang komen, uw spieren versterken en uw conditie
inschatten. Kies eventueel eerst voor een beginnersschema.
De aanloop naar het trainingsprogramma
Bewandel de weg der geleidelijkheid. De sleutel tot het verbranden van calorieën en het verbeteren van uw conditie is natuurlijk intensiever trainen. Maar daarbij dient u voorzichtig te zijn: ineens te veel snelheid en intensiteit trainen na een rustige periode, kan ten koste gaan van uw snelheid. In de zes weken waarin u zich voorbereidt, dient u geleidelijk aan steeds zwaardere trainingssessies af te werken. Versterk uw spieren. Ondertussen versterkt u uw spieren om de kans op blessures te verminderen.
Gelukkig is dat een proces dat
snel resultaten oplevert. Bijvoorbeeld wanneer u drie keer per week, na een
warming-up, tweemaal het volgende circuit afwerkt: buikspieroefeningen (30),
optrekken (5), opdrukken (15), snelle kniebuigingen (30), oefeningen voor de
lage rug (30), bankdrukken (15), uitvalspassen (2 x 20) en kniebuigingen met
gewichten (12). Rust één à twee minuten tussen de twee series. Na drie weken
kunt u de training uitbouwen naar drie series. Test uw conditie. Voor aanvang
van de specifieke looptrainingen test u zich, op een dag waarop u zich uitgerust
en fit voelt, door op een 400-meterbaan 2400 meter te lopen in uw beste tempo.
Loop uzelf echter niet kapot. Het is een test om uw conditie te bepalen en geen
wereldrecordpoging. Na zes ronden berekent u het gemiddelde tempo per kilometer
(GTK) door uw totale tijd in seconden door 2,4 te delen. De uitkomst dient als
basis voor de trainingen. Gedurende de eerste twee weken van uw
vijf-kilometertraining doet u elke hierna beschreven training eenmaal per week
(uiteraard voorafgegaan door een warming-up):
Trainingsschema vijf kilometer
In
de eerste en tweede week werkt u aan uw basis
Training 1: 4500 meter in een tempo dat 30 seconden langzamer is dan het GTK
dat u berekend heeft. ·
Training 2: 3 x 1500 meter in een tempo dat 20 seconden langzamer is dan uw GTK; na elke 1500 meter vier minuten herstelpauze.
Training 3: duurloop in een gematigd tempo; loop een kwartier langer door dan bij uw gewone duurloop in de winterperiode.
Op de overige dagen traint u rustig. Bovendien plant u wekelijks minimaal één rustdag in.
In de derde en vierde week doet u de volgende trainingen eenmaal per week (de overige dagen reserveert u voor ontspannen lopen en rust):
Training 1: 4 x 1200 meter in een tempo dat drie seconden per 400 meter langzamer is dan uw GTK; na elke 1200 meter vier minuten herstelpauze.
Training 2: 4500 meter in een tempo dat 20 seconden langzamer is dan uw GTK.
Training 3: duurloop in een gematigd tempo; loop een half uur langer door dan bij uw duurloop in de winterperiode.
En in de vijfde en zesde week doet u de volgende trainingen, ook weer eenmaal per week.
Training 1: 6 x 800 meter in uw GTK, met telkens een herstelpauze van twee tot drie minuten.
Training 2: 3 x 1500 meter in een tempo dat 10 seconden langzamer is dan uw GTK; na elke 1500 meter drie minuten herstelpauze.
Training 3: duurloop in een gematigd tempo; loop drie kwartier langer door dan
bij uw duurloop in de winterperiode.
Doortrainen in het wedstrijdseizoen
In het wedstrijdseizoen zelf bouwt u uw kilometeromvang uit met vijf procent per
week, maar u dient wel extra rustdagen te nemen (en zelfs een week waarin u de
kilometeromvang sterk reduceert) indien u zich vermoeid gaat voelen. Probeer
elke twee weken een vijf-kilometerwedstrijd te lopen en gebruik uw (steeds
snellere) wedstrijdtijden als tempobepaler voor uw belangrijkste trainingen. Die
dienen in elk geval het volgende te bevatten: een aantal 600 tot 800 meters in
een iets hoger tempo dan uw vijf-kilometertempo op dat moment; een aantal 1200
tot 1600 meters in uw vijf-kilometertempo; drie minuten heuvelop met de
intensiteit van uw vijf-kilometertempo; 4500 tot 6000 meter in een tempo dat per
kilometer 20 seconden langzamer is dan uw vijf-kilometertempo.